Tweede Wereldoorlog

10 mei 1940

1940… en het rommelt in het Oosten. Men verwacht een aanval uit het oosten en gezien de Maas zou Blerick dan wel eens in de frontlinie kunnen komen te liggen. De evacuatie wordt voorbereid. De kinderen van de lagere school krijgen oefeningen; als het alarm afgaat moeten ze hard naar huis lopen. Maar dat is nog spel…. Op 10 mei 1940 om 04.17 uur vliegen de bruggen tussen Venlo en Blerick in de lucht. De bewoners van Blerick, ook die van de Leeuwerikstraat, worden opgeroepen om te evacueren naar de Boekend.“Daar gingen we in een lange rij” vertelde Zus Schreurs-Hendriks. “We hadden maar wat gegrepen om mee te nemen. Ik had een halve mik onder de arm, want ik had altijd gehoord dat je in de oorlog honger had. En we hadden een mand met vuil wasgoed bij ons”. Corrie Notermans-Hendriks vertelde dat slager Basten in de Ottostraat droogworsten stond uit te delen aan de evacuées.

vluchtelingen

Na enkele dagen, toen Blerick ingenomen was door de Duitsers, konden de meeste bewoners weer terugkeren en hun leven hervatten. Met alle beperkingen die het leven in bezet gebied had. En onder een andere gemeente. Want vanaf 1 oktober 1940 hoorde Blerick niet meer bij de gemeente Maasbree maar bij Venlo.

Om op alles voorbereid te zijn werden er schuilkelders gebouwd. Bijvoorbeeld bij de familie Franssen op no 96. Een stevige kelder van beton waarin het gezin en de omwonenden zich veilig konden voelen.
Ook de Scher op no 57 had een schuilkelder. Bij de opslagplaats voor de kolen. Een groot gat in de grond waar men achterste voren in moest kruipen. En waarschijnlijk in gestikt zou zijn als die kelder in elkaar zou zakken.
Als het alarm afging probeerde iedereen zo snel mogelijk naar een schuilkelder in de buurt of naar zijn eigen kelder te gaan.

Er blijken ook NSB’ers in de Leeuwerikstraat te wonen. Op no 55 woonde de familie de Vries. Dochter Annie (geboren 7-7-1917) was op 6-1-1939 gehuwd met opperwachtmeester Johan Berendsen, ook wel bekend als “de schrik van Venlo”. En dat gaf veel Leeuwerikstratenaren een wat unheimisch gevoel.
Pierre Franssen vertelde over zijn verzetsdaad tegen de familie de Vries. “Op weg naar school spuwden we tegen de ramen daar. Toen kwam de Vries bij mijn vader klagen en toen begreep ik pas hoe gevaarlijk dat kon zijn”.

Handrie Hendriks van no 51 kon ook smakelijk vertellen over een confrontatie met Berendsen. Die hield hem aan en vroeg hem wie hij was en of hij zich kon legitimeren. Handrie lachte hem hartelijk uit. Maar besefte ook pas later dat dit wel eens zeer vervelende consequenties had kunnen hebben.

Aan het eind van de straat, op 105,  woonde nog een Duitsgezind gezin: Valentijn. Maar dit werd door veel straatbewoners heel anders gezien: het was pure armoede die Valentijn in die richting  dreef.
Frans Valentijn (geboren 8-3-1923) nam dienst in het Duitse leger bij de SS Schütze en werd in 1942 vermist aan het Oostfront. Pierre Valentijn (geboren 5-4-1920) nam ook dienst in het duitse leger (SS-Rottenführer NSKK -National-Sozialistisches Kraftfahrer Korps) en werd sinds januari 1945 vermist in Rusland.

 

28 oktober 1944

Rond 09.00 uur in de morgen stegen 36 bommenwerpers op vanaf de vliegvelden Melsbroek bij Brussel en Vitry-en-Artois in Noord-Frankrijk. Tegen 10.00 uur naderden ze op een hoogte van 11.000-12.000 voet hun doel: de spoor- en verkeersbruggen van Venlo. In een intens Duits afweervuur werden de bommen afgeworpen. Ze kwamen neer op de oostelijke Maasoever, zo?n halve kilometer van de bruggen verwijderd.
Van dezelfde vliegvelden stegen ‘s middags nog eens 36 toestellen op met hetzelfde doel. Al voor Venlo kwamen de vliegtuigen in Duits afweervuur terecht. Onder zwaar en accuraat Duits vuur werden rond 16.00 uur 224 bommen losgelaten. Die schoten bijna allemaal over het doel heen en explodeerden in de omgeving van de bruggen en op diverse plaatsen in Blerick: de Antoniuslaan, Maasveldstraat, 1e Lambertusstraat, Leeuwerikstraat, Pepijnstraat en de Van Haeffstraat. Ook de Sint-Lambertuskerk kreeg enkele voltreffers, als gevolg waarvan de gewelven instortten. Deze middag waren 19 doden te betreuren.

De Leeuwerikstraat kreeg een aantal voltreffers. Op no 72 kwam een bom terecht op het huis van de familie Eissing. Gertruda Johanna Maria Eissing-Zuidema, geboren op 4-6-1906 in Roermond, was thuis en kwam hierbij om het leven, evenals haar zoontje Felix van 8 jaar en haar dochtertje Maria van 5 jaar.

Op no 59 werd het gezin Standaar getroffen. Op drie verschillende locaties kwamen vier kinderen om het leven: Annie, geboren op 18-7-1929 werkte bij de meester Donders in de van Haefstraat in de huishouding en kwam om toen dat huis een voltreffer kreeg. Gerda, geboren op 27-5-1937 was aan het spelen bij de familie Eissing toen dat huis getroffen werd. Jopie ( geboren 31-8-1933) en Henkie (5-3-1939) waren thuis.

Bij Scherjon op no 57 waren drie doden te betreuren. In 1944 verbleven de kinderen van het gezin in Sevenum omdat het niet veilig was in Blerick. Zaterdag 28 oktober gingen de meisjes even op bezoek bij hun moeder. Het huis werd vol getroffen door een bom. Moeder Scherjon was in de keuken en overleefde het bombardement. Ze werd door de luchtdruk op het puin geslingerd. An, Fons en Netje waren boven en kwamen om.


Ook in de tuin van de familie de Vries ( no 55) viel een bom. In de van Haeffstraat werden eveneens drie huizen verwoest:  no 12 (familie Hofman)  no 14 (familie Elsman) en no 16 (familie Donders). De familie Hofman had overigens ook in de Leeuwerikstraat gewoond. Ze was in 1939 pas verhuisd naar de van Haefstraat Til Verstraelen herinnerde zich nog goed hoe ze langs de van Haeffstraat kwam en daar het roepen van de mensen onder het puin hoorde.Corrie  Hendriks (no 51) dacht de wereld verging. En vertelde dat de puin in de straat nog lang bleef liggen. “Bij de Vries in de tuin was een gat zo groot als het sportfondsenbad”. Op zaterdag 4 november 1944 waren er twee bombardementen. Het huis Pepijnstraat 162 kreeg een voltreffer.Hierbij overleden de 51 jarige Antoinetta Schutte-van Rooijen en haar kinderen Hubertina (25 jaar), Wilhelmina (15 jaar) en Cornelis (1 jaar). In hetzelfde huis woonde de 83 jarige Hent Hendriks en zijn huishoudster Maria Janssen, 57 jaar. Hent werd volgens de tekst op zijn overlijdensprentje geknield in het puin gevonden. Er waren meer oorlogsdoden te betreuren in de Leeuwerikstraat:

  • Handrie Valentijn (de kromme van Valentijn) die op no 68 woonde tot hij in 1924 verhuisde naar de Blariacumstraat, overleed op 12-5-1940 door granaatvuur.
  • Jan van Daal, die tot 1936 op no 65 gewoond had, kwam op 17 oktober 1944 in Deurne om het leven tijdens een poging om de engelse troepen te bereiken.
  • Wiel Hendriks (no 51) overleed met zijn zoontje Henkie op 25-11-1944 in de Boekend.
  • Peter Grosfeld, die eerder in hetzelfde huis gewoond had, kwam op 4-12-1944 om het leven door granaatvuur.
  • Sjen Bruggeman van no 66, 21 jaar, kwam op 12 april 1945 om het leven bij bombardementen te Schwerin, waar hij als dwangarbeider te werk gesteld was.

 

Een overzicht van alle venlose oorlogsdoden vindt u hier.

 

Bevrijding

Op 3 december 1944 werd Blerick bevrijd. Maar dat betekende niet dat het leed geleden was. Omdat de bevrijding van Venlo nog drie maanden op zich zou laten wachten werd Blerick frontstad en werden de inwoners geëvacueerd. Als u hier klikt vindt u een lijst met namen van geëvacueerden die langere tijd verbleven in Maasbree en het huis waarin ze toen woonden. Hier vinden we  een aantal bewoners van de Leeuwerikstraat terug:
- Boogaerts van no 70 was ondergebracht in C 104, 
- Cordang en Hommen van no 16 in C024a, 
- Deckers van no 86 in C 120, 
- Heemskerk van no 11 in C058.

Andere bewoners werden vanuit Maasbree verder weggebracht. Zo vertelden Zus en Corrie Hendriks (no 51) dat zij naar Eindhoven gebracht werden waar ze eerst in een gebouw ontluisd werden. Van daaruit werden ze naar Bergeijk gebracht waar ze tot april verbleven bij de familie Kuijken.  Zo rond april 1945 waren de meeste mensen weer terug en kon begonnen worden met de wederopbouw.
Bij die wederopbouw werd steun gegeven door o.a.de HARK. (HulpActie Roode Kruis). De HARK zamelde geld en goederen in om uit te delen aan de mensen die getroffen waren. Zus Hendriks vertelde: “Ik kreeg een corset van de Hark , maar dat was toch zo’n gek ding en pas maanden later kwam ik er achter dat het een zwangerschapscorset was”.