Polio in de Leeuwerikstraat

Verslag van een slachtoffer, Loek Korsten

 

Ik ben geboren mei 1946, in de Leeuwerikstraat.

In 1957 was er een grote polio epidemie in Nederland. Inenting was tot dat jaar nog geen verplichting, zodat er ong. 2200 slachtoffers waren, waarvan een aantal dodelijke.

Op 29 september 1957, ik zat net een jaar op de zesde klas van de Aloysiusschool, wilde ik om 7 uur opstaan. Het lukte mij echter niet om op mijn benen te gaan staan. Ik viel naast het bed neer. De huisarts, dokter Vallen, werd erbij gehaald. Die kwam zeer spoedig, omdat hij waarschijnlijk al aan het symptoom had gehoord wat er aan de hand was. 

Ik werd met loeiende sirene naar het ziekenhuis in Venlo gebracht. (toen nog op de Hogeweg). 

Daar verslechterde mijn toestand van uur tot uur. De verlammingsverschijnselen kropen als het ware van de benen uit naar boven. 's Middag kon ik al niet meer slikken. Daardoor hoopte slijm zich op in de keel dat om het half uur moest worden uitgezogen. 

Rond een uur of 6 kwam de pastoor van het ziekenhuis om mij de laatste sacramenten toe te dienen. Mijn ouders waren daarbij. Daarna werd ik met loeiende sirene naar Nijmegen gebracht naar het Radbout ziekenhuis. 

Daar werd een buis in mij keel geplaatst waardoor de ademhaling weer wat normaler kon plaatsvinden. De volgende dag werd ik wakker op een kamer alleen. Ik lag aan een zuurstofapparaat en had een slang in de neus voor voedsel toediening. Ik kon geen vin meer verroeren. Alleen mijn oogleden kon ik nog bewegen. Deze situatie heeft 10 maanden geduurd. Ik heb er geen pijn geleden. De verzorging was goed. Het was een academisch ziekenhuis, dus er kwamen veel patienten binnen die ergens anders  "uit behandeld waren" Bij gevolg werd er ook veel gestorven.  Ik lag niet op een kinderafdeling maar gewoon bij volwassenen. We lagen met 3 op een kamer. Er was dag en nacht een verpleegster aanwezig, want bewaking via elektronica bestond toen niet. 

Er kwam regelmatig bezoek, maar die hadden niet veel aan mij, want ik kon ook niet spreken.  Na tien maanden kon ik opeens een van mijn tenen bewegen. En langzamerhand, met veel fysiotherapie ect. kwam het gevoel weer terug, ook weer van beneden naar boven. Als laatste werd de pijp uit de keel verwijderd en de slang uit de neus. Na 11 maanden heb ik voor de eerste keer weer een boterham gegeten. Op 19 september, 1958 mocht ik naar huis. De straat was uitgelopen toen ik aankwam. Ik had het helemaal overleefd. En ik was in een keer volwassen geworden. Helaas was er niet die psychologische nazorg die er tegenwoordig is. Welke indruk een en ander gemaakt heeft op andere, met name leeftijdgenoten, dit gemaakt heeft weet ik niet. Ik zou het graag vernemen.

 

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.