Moord en zelfmoord (1914)

Zus Schreurs-Hendriks (no 51) vertelde altijd dat in het naastgelegen huis op no 53 ooit een zelfmoord had plaatsgevonden. Het volgende verhaal over de zelfmoord van Hubert Grosfeld en de poging tot moord op zijn vriendin Mina Tophoven vonden we in de archieven:

Hubertus Grosfeld is geboren op 5-3-1877 in Horst, als zoon van Pieter Jan Grosfeld en Maria Anna Kramer. Van oorsprong was hij timmerman. Op 31-12-1898 trouwt hij in Venray met Anna Maria Verschuuren (geb. 14-7-1876 te Blerick). Het echtpaar krijgt vier kinderen, allemaal geboren in Blerick:

  • Anna Maria Antonia, geb. 22-10-1899
  • Peter Johannes Cornelis, geb. 1-9-1901
  • Martinus Hubertus Maria, geb.27-5-1904
  • Peter Johannes Hubertus, geb. 12-10-1906

Geen vuiltje aan de lucht dus. Maar dan overlijdt Anna Maria op 18-3-1907. Hubert trekt met zijn kinderen in bij zwager Adriaan Rijk en zijn zus Maria Hendrika Grosfeld.

Adriaan Rijk heeft in 1906 een perceel grond gekocht aan wat nu de Leeuwerikstraat heet van zijn schoonvader Jan Pieter Grosfeld. Dat perceel omvat zo ongeveer de huidige huisnummers 51 t/m 57. Adriaan woont daar zelf ook.  Adriaan splitst het perceel, verkoopt delen daarvan en op het kadastraal nummer 5303 (nu bij benadering no 53) komt eind 1907 zijn zwager te wonen, Hubert Grosfeld.

Op 20-4-1910 overlijdt het zoontje Martinus Hubertus en in dat zelfde jaar komt ene Mina Tophoven bij hen wonen.

Dat gaat redelijk goed tot die dramatische zaterdag 29 april 1914. Dan lezen we in de krant het volgende verhaal:

Zaterdagmiddag, ongeveer half zes heeft zich een bloedig drama in Blerick afgespeeld. De 38-jarige werkman H.Grosfeld, weduwenaar, was sedert eenige tijd lijdende aan vervolgingswaanzin. Alles spande tegen hem samen, zoo zei hij telkens. Het werd zoo erg dat hij zaterdag, werkende aan de riolering te Venlo, zijn werk eensklaps verliet met achterlating van zijn jas, meenende dat men hem in een put wilde metselen. Sedert eenigen tijd woonde bij hem in eene zekere Mina Tophoven, oud 40 jaar, uit Venray. Haar had hij meermalen verzocht met hem te willen sterven, daar het leven hem ondragelijk geworden was. Zij wist hem telkens op andere gedachten te brengen door hem op zijn 3 kinderen te wijzen. Daar de toestand van den lijder erger werd liet genoemde M. Tophoven zaterdagmiddag half vijf dr v.d. Weijden ontbieden die deze zieke bezocht.  Nog geen uur later, het was ongeveer half zes, grijpt hij het broodmes en brengt  in tegenwoordigheid zijner 3 kinderen, zijne huishoudster eene doodelijke wonde aan den hals toe. Hevig bloedend, omringd door de 3 schreiende kinderen, snelt zij de straat op in de richting an de woning van den gemeenteveldwachter Simons; in diens huis zij werd opgenomen. Zij verklaarde dat het voornemen van G. was eerst haar en dan zichzelf te vermoorden. Geestelijke en geneeskundige hulp was spoedig  ter plaatse. Nadat dr van der Weijden een voorloopig verband had gelegd , begaf men zich naar de plaats des onheils. Wat gevreesd werd, bleek helaas een feit te zijn.  G. had door een schot hagel met zijn jachtgeweer een einde aan zijn leven gemaakt. Men vond hem, onherkenbaar liggende en badende in zijn bloed. Noch geestelijke noch geneeskundige hulp kon hier meer baten. Het bleek dat hij den loop van het geweer in den mond had geplaatst, zittende tegen een kast.

Terwijl Mina Tophoven op last van dr van der Weijden per rijtuig naar het gasthuis te Venlo werd vervoerd, werden de arme kinderen , die niet naar huis durfden terugkeeren, ofschoon zij niet wisten wat hun vader was overkomen, voorloopig bij een familielid ondergebracht. Men vreest dat Mina T. aan de bekomen verwondingen zal moeten sterven. Men telefoneert ons hedenochtend dat de toestand van de huishoudster zeer kritiek is.

Tot zover de krant.

 

Op 26 april 1914 schrijft pastoor van Haeff over dit gebeuren een brief aan de bisschop. Daarin komen nog wat pikante details naar voren. Mina is al getrouwd geweest met een man in Den Haag, maar al jaren van hem gescheiden. Zij en Hubert Grosfeld wilden trouwen zodra de papieren klaar zijn. Maar, zo meldt de pastoor, beider families is niet veel zaaks. Grosfeld's familie wordt in in Horst beschouwd als de daders van de moedwillige vernieling van het kruisbeeld. Hubertus zelf was aan de drank en ''had met zijn eerste vrouw ook altoos twist". Goed, het waren allemaal geen fraaie daden, maar de man kwam wel elke zondag ter kerke en hield jaarlijks zijn Pasen. Het was duidelijk dat hij waanzinnig was en pastoor vraagt dan ook toestemming om Hubert in gewijde grond te mogen begraven. De bisschop willigt dat verzoek in, maar dan moet wel publiekelijk bekend worden gemaakt dat het om waanzin ging en de begrafenis moet zonder uiterlijk vertoon en zonder dienst plaats vinden

Overigens is het wel triest dat de pastoor vermeldt dat Hubertus een uur voor het gebeuren nog gesproken heeft met hem en met de dokter. Voor beiden was duidelijk dat de man waanzinnig was...maar ze lieten hem wel bij Mina en de kinderen achter.

Hoe het de kinderen verder verging:

  • Anna Maria trouwde op 10-4-1924 in Maasbree met de marechaussee Albert Johannes van Eijk. Haar man overleed in 1958 te Oploo. Zij  overleed in 1982 te Best.
  • Peter Johannes  (Jan) werd schoenmaker en trouwde in op 26-4-1928 te Maasbree met Clementine Manders. Ze gingen wonen op de Maasbreese straat no 58.  Op 4 december 1944 kwam hij om het leven door granaatvuur.
  • En de benjamin Petrus Johannes Hubertus, die Hubertus genoemd werd, ging naar de Grote Steegstraat. Hij werd ook schoenmaker en trouwde op 16-8-1935 te Weert met Corrie Antonia Johanna Maria van der Heijden. Hij overleed op 10-11-1969 in Weert.

En Mina?

Wat er verder met Mina gebeurd is, ze lijkt van de aardbodem verdwenen, elk genealogisch spoor loopt dood. Wel kunnen we iets over haar verleden vinden:
Willemina Tophoven, geb.19.08.1871 Venray, dochter van metselaar Jan Hubert Tophoven en Theodora Maria Koenen. Haar vader overleed 29.12.1871 in Venray, ze was toen slechts vier maandenoud  Haar moeder hertrouwde binnen een jaar met Antoon Huisman. In 1890 kwam Mina in aanraking met justitie. Ze verklaarde toen 17 jaar te zijn, geb.aug.1873, d.v. Antoon en Maria Coenen. Haar signalement luidt: 1,47m – blond haar – breed voorhoofd – blauwe ogen – dikke neus – grote mond – brede kin – ovaal gezicht. Ze kreeg zes maanden gevangenis wegens diefstal (09.11.1890 – 08.05.1891) – gerechtshof den Bosch. Nog geen 10 jaar later stond ze weer wegens diefstal voor het gerecht. Haar signalement luidde toen: 1,61m – blond haar – hoog voorhoofd – blauwe ogen – gewone neus – gewone mond – ronde kin, vol aangezicht
De uitspraak was: Acht maanden gevangenis wegens diefstal (15.03.1900 – 10.11.1900) – rechtbank Breda.

Op 11 januari 1901 kwam ze naar Venlo. We hebben haar spoor in de voorgaande 10 jaar kunnen volgen:
 09.11.1890 Den Bosch – gevangenis
 08.05.1891 Den Bosch – ontslag uit gevangenis
 29.05.1896 Venray vertrek naar Princenhage
 25.05.1898 Princenhage (woont ongehuwd samen Jan van Geem, Westbuitensingel E235)
 25.11.1898 Princenhage (Emer)
 01.01.1900 naar Bergen op Zoom
 12.03.1900 Bergen op Zoom (Nijverh.77)
 15.03.1900 Breda – gevangenis
 10.11.1900 Breda – ontslag gevangenis
 07.12.1900 Bergen op Zoom (bij M.Rooze caféhouder)

Een roerige carriere.....Maar het is niet aan ons om te (ver)oordelen, misschien heeft ze wel goed voor de kinderen Grosfeld gezorgd!?

( met dank aan Jan Titulair en Ernest Rijs)